Radiator vervangen
Wanneer een kamer een andere functie krijgt, waardoor meer warmte vereist is, kan
je de radiator best vervangen door een model met meer vermogen. Ook bij renovatieprojecten
kunnen nieuwe radiatoren voor een belangrijke extra toets zorgen. Het vervangen
van een radiator is wel niet de meest eenvoudige klus.
Ga je een radiator vervangen, koop dan liefst een model met de aansluitingen op
dezelfde plaats. Dat bespaart je een hoop werk. Ook als je een radiator wil plaatsen
die meer warmte afgeeft, is het handiger een model met een extra paneel te kopen
dan wel een groter exemplaar aan te schaffen. Wij gaan er in deze klus vanuit dat
de aansluitingen ongewijzigd blijven.
Stap 1: verwarmingssysteem leegmaken
Schakel de cv-installatie uit en wacht tot het systeem is afgekoeld. Draai de radiator
die je gaat vervangen, samen met alle andere radiatoren op dezelfde en hogere verdiepingen,
open. Bevestig de slang op het aftappunt van de cv-installatie en draai de aftapkraan
een kwartslag open met de moersleutel. Zorg ervoor dat het water naar de riolering
of naar buiten wordt geleid. Draai nu ook de afvoer van de radiator die je gaat
vervangen open. Het water vang je op in de lage bak. Komt er geen water uit de radiator,
dan is het systeem leeg.
|
|
|
Stap 2: oude radiator verwijderen
Ontkoppel de aan- en afvoerleiding van de radiator. Daarvoor draai je de wartelmoeren
van de knelfittingen los. Stop een prop papier in de afvoer van de radiator om te
voorkomen dat er viezigheid uitkomt. Schroef de ophangbeugels aan de boven en onderkant
van de radiator los. Til de radiator met z’n tweeën uit de beugels.
|
Stap 3: nieuwe radiator ophangen
Als je hetzelfde model radiator opnieuw plaatst, kan je de beugels nog gebruiken.
Plaats je een ander type radiator, dan verwijder je de oude ophangbeugels (vul de
schroefgaten op met vulmiddel). Teken op de muur af waar de beugels van de nieuwe
radiator moeten komen. Laat minstens 5 cm achter de radiator voor luchtcirculatie,
indien die ruimte al niet door de beugels wordt afgebakend. Laat ook voldoende ruimte
(minstens 10 cm) tussen de radiator en de vloer. Boor met een steenboor gaten van
10 mm dik in de muur en bevestig de beugels. Gebruik pluggen voor een solide montage.
Hang, weer met z’n tweeën liefst, de radiator in de ophangbeugels. Zorg dat hij
aan de kant van het ontluchtingskraantje een paar millimeter hoger hangt dan aan
de zijde van het radiatorkraantje. Eventueel kan je de ophangbeugel hiervoor wat
bijstellen.
|
|
|
Stap 4: systeem opnieuw opstarten
Sluit de radiator aan op de aan- en afvoerleidingen. Wikkel wel eerst 2 tot 3 lagen
teflontape met de klok mee rond de schroefdraad van de radiatorkraan en schuif knelfittingen
en –ringen om de aan- en afvoerleiding voor een waterdichte afsluiting. Als de leidingen
te stroef zijn en daardoor moeilijk aan te sluiten, kan je ze ietwat buigen met
een buigtang. Draai het aftappunt van de cv-installatie terug dicht. Vul de installatie
bij met water. Schakel de cv-ketel aan en ontlucht de installatie.
|
Deze klus toch liever door een klusser laten uitvoeren? Klik dan hier
|